Ga naar de inhoud

De toekomst is tactiel; bezoek aan Material District

De textiel- en kledingindustrie draait om materiaal. Het is wat je ziet, en heeft daarmee een belangrijke esthetische waarde. Maar het is ook wat je direct voelt op je huid, als je een textielproduct draagt of gebruikt. Diezelfde materialen zijn door de winning, verwerking en productie, verantwoordelijk voor maar liefst 91%* van de totale uitstoot van de kledingsector. Het kan dan ook niet anders dan dat materialen een belangrijke rol spelen in de transitie naar een meer duurzame en circulaire kleding- en textielsector.

Modint bezocht daarom begin deze maand Material District in Utrecht. Op deze beurs, gericht op architectuur en design, staan materiaalinnovatie en toepassing van nieuwe materialen centraal.  

250 samples  

Material District cureerde zo’n 250 samples van nieuwe materialen, tentoongesteld op grote tafels. Hier stond niet het merk of de ontwerper achter het materiaal centraal, maar ging het puur om het materiaal: de compositie, en het zien en het voelen. Een groot aantal van de geselecteerde materialen was textiel. Tussen de vele samples zat een aantal interessante concepten. 

Recovered cellulose acetate 

De jonge ontwerper Olivia Gino studeerde in 2025 af aan Central Saint Martins in Londen, Zij ontwikkelde stof gemaakt van gerecyclede sigarettenfilters. Hiervoor worden eerste op grote schaal weggegooide sigarettenpeuken ingezameld. Daarna volgt een zuiveringsfase waarin teer, nicotine en andere giftige reststoffen worden verwijderd. Na het reinigen worden de filters versnipperd tot korte vezels, die vervolgens worden verwerkt tot een zacht, viltachtig, non-woven materiaal. Hiervan maakte Olivia onder meer deze hoed.  
 

    

Helemaal de eerste is Olivia niet. Al in 2017 stond ontwerper Isaac Monté op Material District met een stof gemaakt van gerecyclede sigarettenfilters. Ondanks dat de grondstof hetzelfde is, zien de materialen er totaal verschillend uit.  

Adara® 

Adara is geweven textiel dat is ontwikkeld op basis van keratinevezels uit mensenhaar. Als een veelvoorkomend afvalproduct van kapsalons, is de grondstof lokaal te verkrijgen. Er is geen land of oogst nodig en er worden uitsluitend biologisch afbreekbare en niet-giftige chemicaliën gebruikt. De stof is geschikt voor interieur, maar er loopt momenteel ook een pilot in samenwerking met ontwerper Tess van Zalinge en Sustanix om te kijken of het materiaal geschikt is voor high-end mode. 

Adara: textiel van keratinevezels uit mensenhaar                      Re-Yut-Cel: biogebaseerd vilt uit jutezakken                              

Re-Yut-Cel 

Een wellicht makkelijker te accepteren nieuw materiaal is Re-Yut-Cel. Kleine koffiebranders gebruiken dagelijks jutezakken die na eenmalig gebruik worden weggegooid. Zonde. Het deels Nederlandse consortium, dat bestaat uit Clean & Unique, BYBO coffee en i-did, heeft een oplossing gevonden om deze zakken te verwerken tot een sterk, biogebaseerd vilt: ‘Re-Yut-Cel’. Een materiaal dat prettig aanvoelt, geluidsdempend is en zeer geschikt voor lampenkappen, akoestische panelen of matrasvullingen. Het vervangt ook wegwerpartikelen van papier, zoals onderzetters, placemats en hoteldeurhangers.  

Nog in ontwikkeling 

De 250 samples zijn vrijwel allemaal materiaalinnovaties die nog in ontwikkeling zijn. Pas als de materialen ingezet kunnen worden voor specifieke toepassingen, zullen bedrijven het materiaal gaan gebruiken en mogelijk opschalen. Dit proces duurt jaren, als het al gebeurt. Denk aan opvallende materiaalinnovaties als Adara® en Recovered cellulose acetate. Opschaling gaat hier niet enkel over wat technisch mogelijk is. Het gaat ook over de vraag: in hoeverre zijn we als maatschappij bereid textielproducten te accepteren van onze eigen afgedankte sigarettenpeuken of eigen haar? Wellicht nooit, of misschien ook wel. En gaan we textiel van ons eigen haar net zo zien als wol van een schaap.  

Jong talent 

Ontwerper Leone Cuppen heeft voor Material District het Young Talent Programme samengesteld. Verspreid over de beursvloer stonden jonge ontwerpers en pas afgestudeerden. Zij presenteerden hun experimenten en onderzoek, waaronder een aantal talenten met focus op textiel.  

Studio Nikks 

Met haar afstudeerproject RAG onderzoekt Nikki Krul het creatieve potentieel van afgedankt textiel bij het tuften. Ze verzamelt hiervoor ongewenste kledingstukken en haalt deze zorgvuldig uit elkaar. De stof kipt ze in stroken en op basis van kleur en textuur stelt ze paletten samen, waarbij kleurverlopen zorgen voor visuele samenhang binnen het textielafval dat ongelijkmatig is qua kleur. Deze stroken worden tot wandtapijten getuft met behulp van een handtuftmachine. Voor traditioneel tuften is tot wel vijf kilo nieuwe wol nodig. Voor RAG geldt dat niet; hier wordt alleen lokaal ingezameld textiel gebruikt. 

Producten die zijn voortgekomen uit het afstudeerproject RAG  

Reimagining Textile Design 

Een ander mooi voorbeeld binnen de textiel is het project van Alice Gielen. De uitdaging was om een interactiever en flexibeler productieproces te ontwikkelen. Binnen het project onderzocht Alice het verven van slivers – het kleuren van vezels vóór het spinnen – om flexibiliteit en efficiëntie te introduceren in traditionele technieken, zoals ikat en kasuri. Dit is gerealiseerd met behulp van een sliver fiber printer (lont vezelprinter). Deze is in samenwerking met textieldeskundigen ontworpen en kan wiskundige reeksen via het verfproces in garen coderen. Daardoor worden computergestuurde patronen mogelijk. 

Bron: website Alice Gielen 

Toepassing op schaal 

Met een focus op architectuur en design, komt een groot aantal exposanten op Material District uit de hoek van interieurontwerp. Wanneer bij de toepassing textiel betrokken is, ligt de focus opvallend vaak op het verwerken van afgedankte kleding tot zachte en harde interieurproducten. Met als belangrijke doelstelling: voorkomen dat afgedankt textiel op de vuilstort terechtkomt of wordt verbrand.  

Stijlvolle akoestische panels  

I-did presenteerde op Material District hun nieuwe ‘EverUse’ producten in samenwerking met Triboo. Dit zijn zachte akoestische wandpanelen, desk- en room dividers. De vilten panelen zijn gemaakt van gerecycled textiel en geproduceerd in de eigen productielocatie in Den Haag. Ook biedt I-did werk aan mensen die lang niet of nooit hebben gewerkt. 

Stand I-did met akoestisch wandpanelen en roomdividers op Material District 

Praktisch kunst 

Net als I-did maakt Studio VivErdie in Nederland ook akoestische panelen van gerecycled textiel. Zij verwerken het materiaal niet tot vilt, maar tot het eigen ontwikkelde materiaal Vifour. Het materiaal is geluidsabsorberend, maar ook ontworpen voor zowel functionele als artistieke toepassingen. Een akoestisch paneel van VivErdie aan je muur, is daarmee tegelijkertijd een kunstwerk. Het materiaal bestaat uit 95% gerecycled textiel en is oneindig recyclebaar, waardoor ‘afval’ een voortdurende creatieve loop wordt. Van Vifour maakt het bedrijf akoestische (wand)panelen en verpakkingen, maar het is ook geschikt voor accessoires, notebooks en meer.  

VivErdie panelen en producten op Material District 

Van zacht naar hard 

Met name bij de hardere producten komt textiel niet zo danig herkenbaar terug als stof. Wel blijft de textielvezel zichtbaar in het ‘patroon’ van het materiaal dat ontstaat. 

Zo maakt Stelapop, een fabrikant gevestigd in Thailand, circulaire textielplaten. Vanwege de houtachtige eigenschappen wordt de plaat gepositioneerd als een potentieel alternatief voor hout in bepaalde toepassingen, wat bijdraagt aan een vermindering van het houtverbruik. Het bedrijf heeft een verticaal geïntegreerd productieproces. Ze sorteren afgedankt textiel en kleding, produceren een eigen bindmiddel, persen het materiaal tot platen en vervaardigen hiervan eindproducten. Het productieproces van de platen en de producten is gecertificeerd volgens de Global Recycled Standard (GRS). 

DenimX is een Nederlands bedrijf. Ontwerper Marc Meijers heeft de DenimX-formule ontwikkeld, waarin gerecyclede spijkerbroekvezels worden gecombineerd met biogebaseerde kunststoffen. Met dit materiaal kunnen driedimensionale producten worden gemaakt. Zachte producten die we kennen, zoals laptopsleeves, maar ook decoratief plaatmateriaal gemaakt van gerecyclede denim- en textielvezels versterkt met biohars. Hiervan worden bijvoorbeeld tafelbladen gemaakt. 

Materialen van Stelapop op Material District 

Bijzonder aan Material District is dat op één beursvloer een deel van de Nederlandse maakindustrie samenkomt. Wat vakmanschap voor de maakindustrie van de 21e eeuw betekent, liet het Nederlandse bedrijf Triboo zien. Zij brachten materiaalinnovatie en innovatieve productietechnologieën indrukwekkend samen door één van hun tafels live op de beurs 3D te printen. Doordat de robotarm het materiaal, gemaakt van reststromen, direct in de gewenste vorm print, ontstaat er geen afval en het printen zelf is geautomatiseerd.  

Live printen ‘neverendingfurniture-tafel’ van Triboo op Material District. Bron: LI Triboo 

Voor kleding of andere textielproducten zijn we nog niet zover – althans, niet in Nederland. Wel zien we ontwikkelingen op dit vlak. Denk aan bedrijven als Silana (Oostenrijk) en Qonvolv (China). Hun naairobots weten inmiddels simpele kledingstukken in elkaar te naaien en staan bij verschillende klanten in de wereld. Kortom, wellicht dat niet alleen in de interieurbranche, maar ook in de Nederlandse kleding- en textielsector materiaalinnovatie en robotisering elkaar gaan ontmoeten. 

 

*World Resources Institute and Apparel Impact Institute, Roadmap to Net Zero: Delivering Science-Based Targets in the Apparel Sector, 2021.

Het laatste nieuws

Raw Materials Update June 2026

Raw Materials Update June - June 11th, 2026

Corporate Responsibility Update nr. 4, 2026

The Digital Product Passport is taking shape