Zoals u wellicht bekend is onder leiding van MODINT in de periode 2001 – 2004 door alle branche organisaties in de textiel- en kledingsector hard gelobbyd om te voorkomen dat er een wettelijke regeling zou komen waarin het brandgedrag van alle kleding in Nederland aan niet-effectieve eisen zou worden onderworpen. Begin 2004 kon de lobby met succes worden afgesloten. De Nederlandse regering zag uiteindelijk in dat er geen causaal verband is tussen de oorzaak van ongevallen waarbij kleding in brand raakt en de kleding die iemand op dat moment draagt.
Als sector hebben wij ingestemd met het verzorgen van een op consumenten gerichte voorlichtings-campagne over de risico’s van de combinatie van open vuur met textiel- en kledingproducten. Begin 2006 zullen voor de derde en laatste maal circa 2 miljoen exemplaren van de folder “Kleding en vuur” worden verspreid onder kleding kopend publiek.
Daarmee blijft het natuurlijk wel de plicht van elke ondernemer om er voor te zorgen dat hij / zij alleen consumentenproducten in de markt zet die “geen bijzondere gevaren voor de gezondheid of de veiligheid van de mens opleveren”. Dit is zo bepaald in Artikel 18 lid c van de Warenwet. Met de overheid (Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) was overeengekomen dat nader overleg gevoerd zou worden tussen alle betrokken partijen over de vraag op welke wijze kleding getest zou gaan worden om vast te stellen of het betreffende kledingartikel als “extreem brandgevaarlijk” gekwalificeerd zou moeten worden, waardoor het op grond van Artikel 18 lid c van de Warenwet uit de handel genomen zou moeten worden.
Hoewel dat overleg tot op heden niet heeft plaatsgevonden hebben wij van twee leden van MODINT kopie ontvangen van een brief van een Inspecteur handhaving van de Keuringsdienst van Waren / VWA over het onderzoeksresultaat van een monster / kledingartikel dat bij een detaillist was aangetroffen en onderzocht op brandveiligheid. De betreffende artikelen, een trui resp. een blouse voor kinderen, werden geacht extreem brandgevaarlijk te zijn omdat ze niet voldeden aan de eisen die in het Convenant Nachtkleding voor kindernachtkleding zijn gesteld.
MODINT heeft direct contact opgenomen met de VWA en geprotesteerd tegen de gang van zaken. Ten eerste omdat gemaakte afspraken over nader overleg over de handhaving op grond van de Warenwet, Artikel 18 lid c niet zijn nagekomen. Maar ook omdat het betreffende artikel geen nachtkleding betreft en dus niet tegen die eisen getoetst mag worden. En ten derde omdat gedurende het overleg in de periode 2001 – 2004 duidelijk is geworden dat de testmethode die voorkomt in het Convenant Nachtkleding niet geschikt is om “extreem brandgevaar” van kleding vast te stellen.
De centrale directie van de VWA heeft toegezegd uit te zoeken hoe een en ander is gelopen en heeft beloofd hierop bij MODINT terug te komen.
Uiteraard volgt MODINT de ontwikkelingen op de voet. MODINT zal op korte termijn, indien nodig, het initiatief nemen om als sector in overleg met de overheid te treden om te garanderen dat de in 2004 gemaakte afspraken ook door de overheid correct worden nageleefd. MODINT verneemt graag uw ervaringen over eventueel optreden van de Keuringsdienst van Waren / VWA op het gebied van brandveiligheid van kleding van u.
Maar u kunt ook rechtstreeks contact opnemen met MODINT, Nienke Steen via 030 – 2320951 of steen@modint.nl , dan wel met de heer Jef Wintermans via 030 – 2320922 / 06 – 53589399 of wintermans@modint.nl
|